De redactie van Holland Doc volgt het grootste documentairefestival ter wereld op de voet. Lees hier het laatste nieuws over IDFA, over films die de redactie gezien heeft en reacties van publiek!
Het is zondag, achterin de ochtend. Tien dagen IDFA in combinatie met redactiewerk heeft zo zijn impact, ook op mij. Ik draai me om met het voornemen deze dag in bed te spenderen totdat ik geconfronteerd wordt met de lijst met filmtitels aan de muur die ik dit festival van mezelf moest zien. Contact, Orgasm INC., Book of Miri en Drona and I zijn nog niet afgevinkt…
Nog geen uur later zit ik in de trein. Met in mijn tas de lijst met filmtitels.
Mijn in de trein ontstane plan om de laatste dag van het IDFA in het Press Office door te brengen tussen twee wandjes met een koptelefoon op mijn hoofd valt bij het in de hand nemen van de deurklink in duigen. Op slot. Het IDFA zit er voor het Press Office op.
Met een opengeslagen programmaboekje in de handen haast ik me vervolgens naar Pathé De Munt en ga om 15.00 uur met een boekje op een stoel zitten tussen de ingang van zaal 9 en zaal 10. Om vier uur start in zaal 9 YOU CANNOT START WITHOUT ME, om half vijf draait in zaal 10 The Tightrope. Voordat ik weer naar huis ga moet en zal ik een laatste IDFA-film gezien hebben.
Gestommel en geluid: om half vier gaat de deur van zaal 11 open. Mensen lopen naar buiten, maar even later ook weer naar binnen. Ik pak mijn programmaboekje er nog weer eens bij en zie dat in de desbetreffende zaal tenminste vier prijswinnaars worden getoond in één doorlopend programma. Nog geen seconde later sta ik met mijn bijeen geraapte spullen voor de ingang van zaal 11 en wacht ik op goedkeuring van de zaalwacht. Er zijn een aantal mensen die het doorlopende programma van tien tot zes niet hebben kunnen volhouden: er is een plekje vrij!
In plaats van het moeten kiezen voor één film krijg ik er twee cadeau: The Last Train Home en Albert’s Winter zijn de afsluitende films van IDFA 2009. En ook al slaap ik vandaag uiteindelijk weer veel minder lang dan ik graag had gewild: op een dag als deze kan ik prima teren en slaap ik uiteindelijk twee keer zo lekker. Welterusten. Tot IDFA 2010.
De IDFA Award for First Appearance (€ 5.000) werd vrijdag uitgereikt aan Ross McDonnell en Carter Gunn. Zij kregen de prijs voor Colony (Ierland/VS). Reden genoeg om de documentaire zaterdag in de OBA te gaan bekijken. Een trotse McDonnell was bij de voorstelling aanwezig.
Centraal in Colony staat Colony Collapse Disorder (CDD), in gewoon Nederlands: Bijenverdwijnziekte. Dit is een fenomeen waarbij alle bijen uit een kolonie plotseling verdwijnen. Het fenomeen heeft consequenties voor de menselijke voedselproductie, omdat bijen de bestuiving van veel landbouwgewassen voor hun rekening nemen.
De oorzaak van het verdwijnen van bijen is nog onbekend. Als mogelijke oorzaken worden genoemd: parasieten, virussen, stress, ondervoeding en pesticiden.
De documentaire vertelt ook het verhaal van de familie Seppi, een strenggelovige Amerikaanse familie waarvan de oudste zoon Lance een jonge bijenhouder is die aan het begin van zijn loopbaan staat. De familie Seppi is een kleine bijenkolonie op zich. Het gezin is kinderrijk en strak georganiseerd.
Binnen dit gezin is bijenhouder Lance een onzekere ondernemer die zich probeert staande te houden in een tijd van economische tegenspoed. Lance moet van zijn moeder op korte termijn een vrouw vinden en een gezin gaan stichten. Dat gezin moet hij goed kunnen onderhouden en moeder Seppi heeft weinig vooralsnog weinig vertrouwen in de zakelijke talenten van de bijenzoon. De relatie moeder-zoon is een documentaire op zich waard.
Colony is een prachtig vormgegeven documentaire. McDonnel wil met zijn film vooral aandacht vragen voor de gevaren van CDD en hoopt nu dat de huidige politieke machthebbers in Amerika en Europa actie gaan ondernemen. Zo niet, dan zitten we het binnenkort niet alleen zonder honing.
Bij mijn ouders liggen fotoalbums en schoenendozen die uitpuilen met kiekjes van mij op en rond paarden: het zijn de sporen die twaalf jaar lang intensief paardrijden nalaten. Mijn zus deelt diezelfde passie maar heeft er daarnaast nog één ontwikkeld: die voor mensen met een geestelijke beperking. En hoewel ik op dat gebied veel minder succesvol ben, heeft autisme me altijd gefascineerd. The Horse Boy van Michel Orion Scott combineert mijn beide fascinaties en plaatst deze in een wel net zo fascinerende omgeving: Mongolië. Vrijdagavond deed zich de laatste kans voor de film in de bioscoop te bekijken. Die kans heb ik met beide handen gegrepen.
Ouders Rupert Isaacson en Kristin Neff ondernemen met hun autistische zoon Rowan een reis te paard door Mongolië. Omdat Rowan thuis enorme rust vindt op de rug van paard Betsy én omdat Sjamanistische rituelen in Mongolië Rowan zouden kunnen helpen.Off they go.
Menno Pot ging voor Holland Doc naar de bioscoop. Hij zag drie ‘rockumentaries’. Het was drie keer raak. Hieronder zijn relaas.
Ik heb het nog nooit voor elkaar gekregen om drie films achter elkaar te bekijken. Zelfs drie afleveringen van The Sopranos of The Wire op één avond is me nog nooit gelukt. Donderdag vestigde ik dus een persoonlijk record door het hele 3DOC12-blok van drie ‘rockumentaries’ uit te zitten, en ik moet zeggen: het was een makkie. Dat zegt alles over de voortreffelijke filmselectie voor dit IDFA-‘popblok’: drie docu’s, drie keer raak.
Sta me toe een bronzen, een zilveren en een gouden medaille uit te reiken.
Het brons is voor de documentaire die de avond afsloot: When You’re Strange van Tom DiCillo, die het verhaal van Jim Morrison en The Doors vertelt. Volgens Doors-toetsenist Ray Manzarek is dit eindelijk het échte verhaal van de band uit Los Angeles en daarmee het antwoord op de speelfilm The Doors (1991), waarin regisseur Oliver Stone zich nogal wat dichterlijke vrijheden permitteerde.
Dat ‘echte verhaal’ was al wel te lezen in enkele uitstekende Doors- en Morrison-biografieën. DiCillo verfilmde dus een bekend verhaal, over een rockband met een frontman die steeds onhandelbaarder werd door zijn excessieve inname van drugs en drank. When You’re Strange is een klassieke rockdocumentaire,waarvan vorm en inhoud eigenlijk nauwelijks verrassend zijn. Zelfs de voice-over van Johnny Depp is conventioneel, soms op het clichématige af.
Tóch is het een imposant portret geworden. (meer…)
Vanmiddag zijn in Pathé Tuschinski 1, tijdens de prijsuitreiking van de 22e editie van IDFA, de winnaars van de verschillende competitieprogramma’s bekendgemaakt. Last Train Home (China/Canada) van Lixin Fan, mede tot stand gekomen met een financiële bijdrage van het Jan Vrijman Fonds, won de VPRO IDFA Award for Best Feature-Length Documentary. John Appel won de allereerste Dioraphte IDFA Award for Dutch Documentary met The Player (Nederland).
De film met de weinig pakkende titel Monsieur Advertising – Marcel Bleustein-Blanchet gaat over een man die zelf juist een groot talent had voor het bedenken van wervende teksten en slogans. Marcel Bleustein-Blanchet (1906-1996) was een pionier op het gebied van reclame in zijn land Frankrijk en in heel Europa, en keek daarbij graag de kneepjes van het vak af in Amerika.
Het is een fijne en kleurrijke film, gelardeerd met beelden uit reclamecampagnes van mooie, gelukkige mensen. Op een periode van groot verdriet en rouw om de dood van zijn dochter en de tweede wereldoorlog na, lijkt Bleustein-Blanchet zelf ook een zeer gelukkig mens te zijn geweest die volop van zijn leven en werk genoot. Je zou de maker van de documentaire, Olivier Mille, kunnen verwijten dat er geen enkele kritische noot zit in de film, maar van mij mag dat wel in een documentaire over een reclameman.
De film heeft de uitstraling van een commercial, wervelend, positief en met een krachtige voice over waar de glimlach in doorklinkt, en daarin past geen kritiek.
Vanochtend naarIron Crows van Bong-Nam Park gegaan, een van de genomineerde documentaires in de categorie ‘Mid-lentgh & short documentary.’ Ik had al een andere genomineerde film in deze categorie gezien, The Accidental Terrorist, waar ik niet zo heel enthousiast over was, dus ik was benieuwd wat ik van deze zou vinden.
Al na een paar minuten verwacht ik dat ik me wel in het oordeel van de jury zal kunnen vinden, omdat de film visueel heel mooi is. Maar op dat moment denk ik nog dat het waarschijnlijk een film is van het type ‘mooi gefilmd, interessant onderwerp, maar weinig verhaal.’ Hierin vergis ik me behoorlijk. Er zit veel ontwikkeling in de film en als kijker raak je steeds meer betrokken bij de hoofdpersonen, arbeiders op werven waar vrachtschepen gesloopt worden in Bangladesh. Als een van hen op een gegeven moment moet huilen, voel ik mijn eigen ogen ook vochtig worden. Misschien speelt mee dat hij verdriet heeft om zijn blindgeboren baby en ik zelf dit jaar voor het eerst moeder ben geworden (gelukkig van een gezond kindje), maar volgens mij ligt het toch voornamelijk aan de vertelkracht van Bong-Nam Park.
In de IDFA-dagkrant had ik gelezen dat de regisseur na vertoning in Zuid-Korea spontaan donaties toegestuurd kreeg van het publiek, bedoeld voor de arbeiders waar de film over gaat. Hij vertelde dat hij daardoor erg verrast was, omdat hij zijn hoofdpersonen niet als zielig wilde neerzetten. Ik vind dat Bong-Nam Park er goed in geslaagd is de arbeiders niet als meelijwekkende schepsels neer te zetten. Natuurlijk zie je als kijker dat deze mensen een keihard leven hebben, maar de film laat hen in hun waarde en heeft ook oog voor positieve aspecten als de kameraadschappelijke verhoudingen en vrolijke momenten. Een erg mooie documentaire, en ook al heb ik niet alle genomineerde films gezien, ik hoop dat deze wint!
Reacties (2)Neeltje Pavicic-Van der Haak | 27-11-2009 | 3:21 pm
Recent Comments