Het Open City Event programma staat 4 tot 8 november in het teken van ‘connectivity‘. Daarbij denk je dan al snel aan het ‘connecting people‘ van de mobiele telefoonfabrikant en de opkomst van de steeds geavanceerdere mobieltjes is inderdaad een voorbeeld van nieuwe technologieën die niet zonder gevolgen voor de stad en onze omgang met de publieke ruimte zijn. Dit is de focus van het programma omtrent ‘connectivity’ komende dagen.
‘Computing has left the building’ en is overal - met alle consequenties van dien. Denk aan allerlei gadgets waarbij mensen elkaar met hun Google-phone kunnen volgen of zien wie er in de buurt is.
Op het programma staat een lezing van architect, onderzoeker en kunstenaar Mark Sheppard over de ontwikkelingen wat betreft de ‘urban computing, ambient informatics and locative media.‘ Lees meer over de lezing en het debat “From the real-time city to read/write urbanism: on the architecture of contemporary urban topographies” 5 november in Rotterdam.
Sentient City Survival Kit
Naast de filosofische bespiegelingen heeft Mark Sheppard ook een aantal praktische suggesties die hij vrijdag 6 november op het open podium zal presenteren. Hij ontwikkelde de ‘Sentient City Survival Kit’ als antwoord op alle technologieën die ons in de straten en publieke ruimtes omringen en ‘lezen’. De kit bestaat onder meer uit een paraplu met led licht om camara toezicht om de tuin te leiden, een GPS navigator die onverwachte nieuwe routes voor je uitstippelt of een draagbare mok waarmee je een ad hoc communicatie netwerk op kunt zetten. “These tools explore the social, cultural and political implications of ubiquitous computing for urban environments by addressing questions like: what is left of serendipity so central to urban culture when we entrust ourselves to TomTom’s algorithms to get us as efficiently as possible from A to B?”. (meer informatie)
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag het laatste deel van zijn negendelige reeks: trots in de stedelijke ontwikkeling.
Trots! We kennen het allemaal. Na jaren studeren eindelijk die bul gehaald. Of weken achtereen getraind voor de marathon om vol trots na 42 kilometer uitgeput over de finish te komen. Zelf kun je ook momenten bedenken wanneer je trots was. Dat zal vaak na een grote inspanning of lange tijd hard werken zijn geweest. En soms ben je ook trots omdat je iets gedaan hebt waar je tegenop zag.
In deze laatste blog zoek ik naar het hoe en wat van trots bij stedelijke ontwikkeling. Trots is een emotie die een belangrijke rol lijkt te spelen en op meerdere niveaus terug is te vinden. Van bewoners in buurten tot de wijkbeheerder en van de architect tot de beleidsmedewerker bij de gemeente. Al deze personen zoeken naar waardering voor het werk dat zij doen in de buurt. Trots speelt hierbij een grote rol.
Trots als emotie
Trots is een emotie die relevant is voor het begrijpen van mensen. Emoties hebben in algemene zin een adviserende rol. In situaties waarin we beslissingen moeten nemen leiden emoties ons gedachteproces. Dit heeft consequenties voor de beslissingen die we uiteindelijk nemen en ons gedrag.
De psychologie maakt onderscheid tussen twee vormen van trots. De eerste vorm heeft vaak negatieve associaties. Dit is de trots die ontstaat als gevolg van een positieve kijk op de eigen persoon waar geen daden aan ten grondslag liggen. Dit roept gevoelens van arrogantie bij anderen op. Met problemen in de sociale interactie als gevolg (Williams & DeSteno, 2008).
De tweede vorm van trots heeft juist een positieve uitwerking op zowel de persoon zelf als de ander. Deze trots is het resultaat van lang hard werken om een doel te bereiken, of om een vaardigheid of talent te ontwikkelen. Wanneer de persoon het doel haalt dan is dit een beloning voor het harde werken en de ervaring van trots. Deze vorm kan mensen juist verbinden.
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 8 van zijn negendelige reeks: aandacht voor de gebruiker.
Een stedelijke omgeving bestaat uit de wisselwerking tussen ‘groen en rood’: gebouwen, openbare ruimte, zichtlijnen, groenplekken en verkeers- en verblijfsruimten. De laatste jaren staat de wisselwerking tussen gebouw en omgeving weer volop in de belangstelling, met name in bestaand stedelijk gebied. Zo ontwerpt een architect tegenwoordig een gebouw waarbij hij let op de omgeving, een stedenbouwkundige tekent het stedenbouwkundig plan vanuit de beleving van bewoners en een landschapsdeskundige denkt na over de logische indeling en de kwaliteit van de openbare ruimte. Bij de stedelijke ontwikkeling ligt de nadruk dus steeds meer op de balans tussen een goed ontwerp en de wens en beleving van de uiteindelijke gebruiker.
Soms sluit het beeld vooraf niet aan bij de beleving van gebruikers. En soms gaat het mis in de fase tussen ontwerp en uitvoering. Een wegafscheiding voor een oversteekplaats (zie afbeelding), of de belijning van de weg die niet recht is en olifantenpaden, paden die mensen zelf creëren door over het gras te lopen en niet de weg te volgen, zijn bekende voorbeelden. Het gaat hier mis doordat de ideeën van de stedelijk ontwikkelaar niet overeenkomen met de behoeften van de gebruiker. Maar ook wanneer verschillende diensten en nutsbedrijven alleen de regels en richtlijnen volgen, staat het gemak van onderhoud centraal en niet het integrale beeld voor gebruikersgemak van de openbare ruimte.
Waarschijnlijk herken je deze situaties zelf ook. Soms zijn dit kleine ongemakken, zoals de olifantenpaden. In andere gevallen komen ernstige problemen aan het licht, zoals de lantaarnpaal op de stoepafrit. In deze blog zoek ik naar het ontstaan van de verschillen tussen de ideeën van een stedelijk ontwikkelaar en de belevingswereld van de gebruiker. (more…)
Leave a commentSander van der Ham (Stadspsycholoog) | 13-08-2009 | 9:10 pm
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 7 van zijn negendelige reeks: sociale netwerken.
Als psycholoog is het sociale netwerk van een cliënt één van de eerste zaken waar je zicht op wilt. Mensen met een groot sociaal netwerk genezen vaak sneller van fysieke en mentale problematiek. Dan draait het vaak niet eens alleen om de daadwerkelijke steun, maar juist ook om het gevoel de steun te kunnen ontvangen wanneer dat nodig is.
Wanneer ik dit terugleid naar de stedelijke vernieuwing dan vraag ik me af hoe het eigenlijk met jouw sociale netwerk is gesteld in je buurt? Hoeveel mensen ken je bijvoorbeeld? Alleen je buren en de buren daarnaast? Wie haalt er bijvoorbeeld boodschappen voor je als je ziek bent?
Je zult denken dat het tegenwoordig niet meer uitmaakt of je de mensen die naast je wonen kent. Met de auto, de telefoon en daarna het internet zijn de grenzen van het sociale leven verschoven en vervaagd. Je kiest je eigen netwerken uit. Met hetzelfde gemak bouw je via internet een sociaal netwerk op in een ander land.
De technologische vooruitgang vergroot het sociale netwerk enorm. Je bent niet langer gebonden aan de hulp van buren en de steun van familie in de buurt. Desondanks speelt het sociale netwerk in de buurt nog steeds een onmisbare rol. Bij het herbouwen en inrichten (herstructurering) van wijken stuiten professionals vaak op weerstand en breed gedragen protest uit sociale buurtnetwerken. De professional in de stedelijke ontwikkeling zal hier steeds vaker mee te maken krijgen nu meer en meer mensen wereldwijd in stedelijke gebieden komen te wonen. (more…)
Comments (1)Sander van der Ham (Stadspsycholoog) | 30-07-2009 | 12:54 pm
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 6 van zijn negendelige reeks: stedelijke drukte.
Aan stedelijke warmte liggen twee belangrijke voorwaarden ten grondslag: dat er onbekenden in de openbare ruimte zijn en dat er een mensenmenigte is. In mijn vorige blog zocht ik naar het domein van interacties met onbekenden en bekenden in de openbare ruimte. In deze blog zoek ik naar de rol van een mensenmenigte of drukte speelt in de beleving van de openbare ruimte.
Je kent ze wel, die plekken in de stad waar het altijd druk is. Zelfs wanneer de stad slaapt dan zijn daar nog mensen. Zelf vind je de plek geweldig. Het is heerlijk om er met bekenden te ontmoeten en het leven om je heen te hebben. Je spreekt ook eens een onbekende aan, je flirt met een leuke man of vrouw en je geniet van het geroezemoes als je een biertje drinkt op het terras. Of misschien wil je er wel graag gezien worden, of de volgende dag over kunnen vertellen. Aan de andere kant ken je ook genoeg mensen die de drukte verschrikkelijk vinden en de plek koste wat kost vermijden. (more…)
Comments (2)Sander van der Ham (Stadspsycholoog) | 16-07-2009 | 2:00 pm
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 5 van zijn negendelige reeks: privatisering van de publieke ruimte.
De warme stad, het onderwerp van mijn vorige blog, gaat over de positieve interactie tussen onbekenden in de stad. De korte gesprekken in de supermarkt, het oogcontact en de glimlach van een ander tijdens het voorbijgaan op straat en de langere gesprekken in de kroeg. Een voorwaarde voor het concept van de warme stad is dat de ander een onbekende is.
Natuurlijk gebeurt het je ook vaak genoeg dat je een vriend of een familielid tegenkomt, waarmee je een gesprek begint op straat of besluit een terrasje te pakken. Dit contact speelt zich ook af in de openbare ruimte. Op dit moment privatiseer je in feite een klein deel van de publieke ruimte. Waarschijnlijk ben je het met me eens dat ook deze contacten fijn en noodzakelijk zijn. Ik zoek in deze blog daarom naar de psychologische redenen en noodzaak van dit privatiseren. (more…)
Comments (2)Sander van der Ham (Stadspsycholoog) | 02-07-2009 | 1:51 pm
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 4 van zijn negendelige reeks: stedelijke warmte.
In mijn vorige blog over de stedelijke kilte beloofde ik te schrijven over stedelijke warmte. Stedelijke kilte beschrijft de problematische kant van de stad, zoals criminaliteit en vervuiling. Problemen die horen bij het leven in de stad. Maar de stad bestaat natuurlijk niet alleen uit kilte. De openbare ruimte nodigt juist ook uit tot betrokkenheid en positieve interacties tussen mensen. In de stad wonen en verblijven heeft ook een plezierige kant. Zoekend naar de plezierige kant stuitte ik al snel op het concept van stedelijke warmte. (more…)
Leave a commentSander van der Ham (Stadspsycholoog) | 18-06-2009 | 12:02 pm
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 3 van zijn negendelige reeks: stedelijke kilte.
Bij de stadspsychologie staat de interactie tussen mens en stad centraal. In mijn vorige blog schreef ik over waarneming. Dit staat centraal bij de beleving van de stad. Voor stedelijk ontwikkelaars is het belangrijk om ook rekening te houden met geluid en geur. De zintuigen, kennis en ervaringen bepalen onze beleving van de stad. Ze bepalen of we een stad bijvoorbeeld beleven als prettig, mooi, gevaarlijk of ongezellig.
De omgevingspsychologie en de stadssociologie leggen hoofdzakelijk de nadruk op de negatieve beleving. De openbare ruimte wordt gezien als een plek waar mensen zich afsluiten voor hun omgeving en het sociaal contact kil en afstandelijk is. Daarnaast is er in de stad meer criminaliteit, geluidsoverlast en luchtvervuiling. Dit draagt bij aan het negatieve beeld over de stad. Maar klopt dit beeld nog wel? Om dit te onderzoeken ga ik in deze blog in op de negatieve effecten van leven in de stad. In de volgende blog ga ik juist in op de positieve effecten.
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 2 van zijn negendelige reeks: de stad waarnemen.
In mijn vorige blog introduceerde ik de stadspsychologie en de zoektocht naar wat dit is. In deze tweede blog zet ik deze zoektocht voort. Ik stuitte vrij snel op een probleem. We spreken namelijk over ‘de stad’. Ik weet zeker dat mijn beeld van de stad fundamenteel anders is dan dat van jou. In deze blog ga ik daarom op zoek naar hoe we een beeld vormen van de stad en hoe dit relevant is voor de stadspsychologie.
Ik durf te stellen dat de fysieke omgeving niet heel snel verandert. De Westerkerk in Amsterdam is morgen nog precies hetzelfde en ook het Schouwburgplein in Rotterdam veranderd niet van de één op de andere dag. Maar toch zie en beleef je deze gebouwen en de stad op een heel andere manier dan ik.
Wanneer ik bijvoorbeeld over ´de stad´ spreek dan krijg ik het beeld van de grachtengordel van Amsterdam, de pleinen in de Jordaan met terrasjes en fotograferende toeristen op de Dam. Voor jou kan de stad juist een middag heerlijk in de zon op één van de Werven van de Utrechtse binnenstad zijn. Of een dag winkelen in de Koopgoot van Rotterdam. Hoe komt het dat jij en ik tot heel verschillende voorkeuren en oordelen komen terwijl de fysieke omgeving weinig verandert? (more…)
Leave a commentSander van der Ham (Stadspsycholoog) | 21-05-2009 | 8:47 am
Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 1 van zijn negendelige reeks: een inleiding.
Mensen kijken me vaak vragend aan wanneer ik vertel dat ik als psycholoog in de stedelijke ontwikkeling werk. ‘Wat doe je dan eigenlijk’, vragen ze. ‘Ik ben stadspsycholoog’, antwoord ik dan. ‘Het betekent dat ik me bezig hou met de interactie tussen stad en mens. Hierbij zoek ik naar de manieren waarop de stad de mens mentaal beïnvloedt.’
Stel je maar eens voor dat je door jouw lievelingsstad loopt. Je voelt je op je gemak en de mensen zijn vriendelijk. Het is simpelweg gezellig, een tweede thuis. Maar stel jezelf nu eens de vraag wat ‘jouw stad’ dan zo gezellig maakt? Waarom je de stad ervaart als een tweede thuis? Waarschijnlijk zul je eerst na moeten denken voor je antwoord kunt geven op deze vraag. Dat komt doordat je de stad voornamelijk op een onbewust niveau beleeft.
Recent Comments